-
Was je handen.
-
Haal de ingrediënten.
-
Zet het materialenbord klaar.
-
Doe de rozijnen in de zeef en spoel ze onder lauw water af.
Laat ze uitlekken.
-
Breek het ei in een glazen schaaltje.
-
Klop het ei los met de helft van de melk.
-
Doe de bloem, de bakpoeder en een snufje zout in de beslagkom.
-
Maak er een kuiltje in. Giet het geklopte ei in het kuiltje.
-
Roer vanuit het midden de meel door het ei.
-
Blijf roeren tot het een dik beslag is.
Wrijf klontjes tegen de wand van de kom met de lepel stuk.
-
Doe de rest van de melk erbij en blijf roeren tot het een glad beslag
is.
-
Roer de uitgelekte rozijnen erdoor.
-
Verdeel de boter in 2 klontjes. Verwarm 1 klontje boter in de koekenpan.
-
Schep er met de pollepel de helft van het beslag in.
Kantel de pan een beetje heen en weer, zodat het beslag de bodem goed
bedekt.
-
Bak de pannenkoek op een laag vuur aan de onderkant lichtbruin.
-
Keer de pannenkoek om als de bovenkant nog een klein beetje vochtig is.
Gebruik hierbij het pannenkoekmes of de spatel.
-
Bak nu de onderkant ook lichtbruin.
-
Laat de pannenkoek op het grote bord glijden.
-
Bak met de andere helft van het beslag nog zo'n lekkere
rozijnenpannenkoek.
Eet
smakelijk.
-
Was de vaat
-
Zet alle spullen terug waar je ze gehaald hebt.
-
Maak het aanrecht en het fornuis schoon.
-
Laat je werkplek schoon en opgeruimd achter.